Bestuur

Erelid ‘ome Jo’ 85 jaar bij Be Quick

Datum: 21-1-2010 | Bekeken: #326 | Door: Webmaster1

Geen enkel ander lid kreeg als lid zoveel ereblijken als de nu 95-jarige Zutphenaar Jo Witteveen. Als elftal-secretaris verstuurde hij 70.000 spelerskaarten.

 

Het hele leven van de 95-jarige Jo Witteveen is verweven met ‘zijn’ voetbalclub Be Quick, waarvan hij nu precies 85 jaar lid is. ‘Ome Jo’ zoals zijn koosnaam luidt, werd hiervoor op de algemene ledenvergadering van de Zutphense voetbalvereniging in het zonnetje gezet. Hij kreeg bij de huldiging door voorzitter Bart van Osch te horen dat hij nog een speld krijgt, die speciaal voor hem wordt gemaakt. Voor een 25-jarig lidmaatschap hebben genoeg spelden in voorraad, maar 85 jaar is uniek. Dat moet iets bijzonders worden want dat maken we niet snel weer mee”, zegt Cees Seevinck, die de club Be Quickers 35 tot 100 leidt. Van deze club mag je lid worden als je je 35ste levensjaar hebt bereikt en niet ouder bent dan honderd. “Maar mocht ome Jo boven die leeftijd komen, dan zullen we de naam veranderen,” klinkt het resoluut uit de mond van Cees.

In zijn woning aan de Hobbemakade zit Jo Witteveen erbij te glimmen. Hoewel het natuurlijk nog lang niet zover is, zou hij het als een goede grap zien dat door zijn toedoen de naam van de naam van de 35-100 club moet worden veranderd.

Hij kan zich nog goed herinneren hoe hij in 1925 het heuglijke bericht kreeg, dat hij door de ballotage was gekomen. Want je kon niet zomaar lid van Be Quick worden. Daar moest eerst een commissie zich over buigen.

De in 1906 opgerichte club beschikte toen op de Marsweg over een complex met drie velden. Heel bijzonder was de oude Engelse tribune. Dat was een hoge houten stellage. Niet echt brandveilig, zoals later ook is gebleken.

Jo Witteveen kon een aardig balletje trappen en werd een vaste waarde voor het eerste elftal waarin toen ook spelers zaten als Bob Schillemans en Frits Bouquet, de latere ‘grote baas’ van drukkerij Thieme.

Na zijn actieve voetbalperiode bleef Witteveen actief bij de club. Hij was elf jaar bestuurslid, zeven jaar lid van de hogere elftalcommissie en veertig jaar ononderbroken secretaris van de lagere elftalcommissie. Verder was hij ook nog lange tijd secretaris van de Veteranencommissie.

Hij moet in al die jaren minstens 70.000 kaarten hebben verstuurd. Op de eigenhandig geschreven kaarten kregen de spelers van alle elftallen te lezen waar ze zich voor de volgende wedstrijden van het weekeinde moesten melden. Witteveen: Mijn vrouw hielp ook mee en om kosten voor de club te sparen, hielpen de kinderen met rondbrengen.”

De spelers keken er naar uit. Ik heb ’s avonds om twaalf uur nog wel eens een telefoontje gehad, waarin iemand vroeg of Appie niet mee mocht doen, omdat die gehoord had dat een ander niet mee kon doen.”

Voor zijn verdiensten voor de KNVB kreeg hij in 1971 de zilveren bondsspeld. Dat was het jaar dat hij erelid van Be Quick werd. Vijftien jaar later werd dat de gouden bondsspeld. Nog eens tien jaar later speldde de toenmalige burgemeester Annelies Verstand hem een koninklijke onderscheiding op de revers.

Wat Seevinck vooral ook aanspreekt is dat ‘ome Jo’ in al die jaren altijd de verrichtingen van het eerste elftal bleef volgen, Karakteristiek is de foto waarop hij samen met vetarenen als Gerrit Nagel, Gerrit Winterink en Pim Bosveld op de tribune de wedstrijd van het eerste elftal volgt.

 

Door Henk Brummelman

Copyright: de Stentor Fotograaf: Ronald Hissink