De column van Cees

Datum: 31-1-2012 | Bekeken: #164 | Door: Webmaster
Verslag vanuit Rome (2)

Om niet alle (groot)moeders en aankomende mamma’s uit de Be Quick-familie over me heen te krijgen het volgende: Kleinzoon Alexander is een godsgeschenk. Natuurlijk af en toe brult-ie er op los, poept als een olifant (zoveel eet hij), vraagt continu aandacht en eist voortdurend het podium op. Het huis is nog niet opgeruimd of twee tellen later struikel je alweer over het speelgoed. Het is met name voor mijn eega Schwerarbeit. Anderzijds is het ook een vat vol plezier, goedgemutstheid en het gekraai van plezier wint het ruim van de huilbuitjes. Zijn ouders worden kennelijk nauwelijks gemist en als één van ons even uit zicht is, dan gaat de sirene aan. Opvallend hoe de oude wijsheid van Rust, Reinheid en Regelmaat zo’n jong leven zo snel doet wennen aan relatief vreemden. Van de zeven hele dagen dat we hier zijn is hij er nu twee naar de vaste kinderopvang geweest en die zijn nu achter de rug.  We duwen ons het apezuur met die buggy door Rome., want oppassen is één ding we moeten er zelf ook nog wat aan hebben natuurlijk. Bij de afgelopen bezoeken bleven soms je schoenzolen aan het asfalt plakken, zo heet was het. Nu, op afgelopen maandag na, is het ronduit beroerd gesteld met het weer. Het regent regelmatig en de temperatuur is gezakt naar een bedenkelijke zes of zeven graden en de komende dagen wordt het nog kouder en gaat het zelfs vriezen. Dat wordt dus Roomijs.

Ondanks het feit dat je weet dat de meeste bedelaars en Roma- en Sinti-zigeuners op je gemoed spelen met verzonnen gebreken en ’s morgens met busjes worden afgezet en ’s avonds met de buit weer worden opgehaald, kun je je toch nauwelijks voorstellen hoe het er af en toe aan toe gaat. Residerend vlak bij het Colosseum zie je dag in dag uit op de trappen daar naartoe een man? vrouw? voorover gebogen liggen met het hoofd naar de grond en maar mompelen en een papieren bekertje uitsteken. Meer dan regenwater haalt zij/hij momenteel niet op. En laat het dan een “nepper” zijn, zo’n bestaan is toch verschrikkelijk.

De straatverkopers zijn doorgaans ook “in vaste dienst” en werken onder een “baas”. Het zijn doorgaans Afrikanen en Sri Lankezen. Schijnt de zon dan prijzen ze zonnebrillen aan, gaat het regenen dan staan ze ineens met paraplu’s, die razendsnel vanuit busjes worden aangeleverd. Echt slim doen ze het echter niet. Op een plein of boulevard staan ze soms met z’n tienen met tussenruimtes van een meter of vijf. De Chinees, Europeaan, Amerikaan of Japanees die tegen die eerste nee zegt, wordt dan vervolgens nog negen keer tevergeefs gevraagd om iets te kopen. Tassen- of kleedjesverkopers idem dito. Ze staan met dezelfde originele Gucci- en Versace-spullen op elkaar gepakt. Onbegrijpelijk.

De Romeinse gladiatoren en soldaten zijn een verhaal apart. Zij staan rond de oude tempels en uiteraard het Colosseum. Je kunt met hen op de foto en dat kost een paar cent. Wie denkt stiekem een eigen foto te maken, riskeert een flink pak slaag. Dus mocht je plannen hebben om daar een vakantiebaantje te nemen; doe het niet! Alle bedel- en andere straatbaantjes zijn nauwgezet georganiseerd en wie denkt daar zo maar even voor zichzelf te beginnen komt minimaal in het gips weer thuis.

En dan toch nog maar even over de Aziatische toeristen. Waar je ook komt, ze zijn er en massaal. En het blijven toch apartjes. Vorig jaar nog zag ik in Sevilla een echtpaar door de stad lopen in traditionele Spaanse kleding uit de veertiende eeuw. Trots als een pauw, maar de risée van iedereen. Mijn hemel, geen gezicht in die veel te grote spullen. Het (uit)gelach om hen heen zagen zij als compliment en ze lachten maar steeds hartelijk terug. Ook hier zie je rare snijbonen. Het is vrijwel allemaal in groepsverband en ze kijken alles alleen maar de door de lens van een camera. De straatverkopers buiten ze genadeloos uit en ze genieten, genieten. Zelfs van het uitbuiten. Ze zien eruit als Swiebertje en Saar, maar volgens mij is geld hun laatste probleem. Bij de Spaanse Trappen, een bekende toeristische trekpleister, zijn veel winkels van Prada, Gucci en al die andere superdure merken. Daar staan bewakers voor de deur en kom je er alleen maar in, als ze vermoeden dat je genoeg poen hebt. Binnen staan bloedmooie winkelmeisjes en (voor wie dat leuk vindt) –heren.  En wie zie je binnen? Aziaten die je aan hun uiterlijk en kledij zelfs de toegang tot de pizzeria zou weigeren. Maar Georgio Armani weet wel beter. Erin met die gasten! Geld speelt geen rol en wat wij ze adviseren kopen ze toch wel. Uiteraard wordt met mijn rekening ook gesjoemeld. Je weet dat je voor een paar euro belazerd wordt als je ergens gegeten hebt. Reclameren heeft geen zin, als je dat al zou willen. Je krijgt een verbaal bombardement over je heen als men weet dat je de taal niet machtig bent, dus accepteer je die nederlaag al deemoedig op het moment dat je een restaurant betreedt.

Een wondertje overkwam mij echter op woensdag. We hadden gewandeld in een prachtig park, genaamd Villa Borghese. Een half uur nadat we daar weer uit waren wilde ik een foto maken, maar ontdekte dat ik mijn camera kwijt was. Geen zakkenrollerij, want we waren vrijwel niemand tegengekomen, dus onachtzaamheid van mijzelf. Echt kapot was ik daar niet van. Het ding had al langer ongewenste kuren en veel onontbeerlijke foto’s stonden er ook niet op. Dus jammer, maar geen reden om de Stichting Correlatie te benaderen. Rond vijf uur thuis. Komt er een sms-bericht. “Missing camera?”. In de houder zit mijn visitekaartje en ene Daniël had het ding gevonden en mij op de hoogte gesteld. Na enig heen en weer ge-sms, werd het hotel gemeld waar ik ‘m kon oppikken. Deze geste van bijna lang vervlogen tijden heb ik uiteraard niet onbeloond gelaten. Gek eigenlijk dat men zich verbaast over eerlijkheid. Ik had hetzelfde gedaan, maar blijkbaar reken je daar niet meer op. Jammer en dit geval: Perfect.

                                                        --------------

Donderdagavond 21.10 uur. Van alle voorgenomen avond-etentjes buiten de deur (“Alexander is zo makkelijk in een restaurant”, quote mijn dochter) is nog niets terecht gekomen. En wat ons betreft komt dat er misschien één keertje van. Pal onder dit huis zit een restaurant en de eigenaar komt steeds naar buiten gevlogen als wij op pad gaan, Met die typische Italiaanse handgebaren smeekt hij ons om toch gauw bij hem te komen eten. Tsja, maar die zaak gaat pas echt open rond acht uur.  En het mannetje slaapt op dit moment al een half uur als een roos. Veel Italiaanse leeftijdsgenootjes dwalen nu slaapdronken en worden heen en weer gejojo’t tussen de ene na de andere tante en oom. Bellisimo enzo. Mijn dochter en schoonzoon zijn inmiddels ook zo Italiano dat ze het ook zo doen en normaal vinden. Prima, hoor. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Maar we doen het deze week maar op zijn Hollands. Groeit-ie niet alleen tweetalig, maar ook volgens twee gebruiken op. Mag hij later zelf beslissen wat hem beter beviel.

Rust, Reinheid en Regelmaat. Laat het toch maar zo zijn.

Cees Seevinck.