De column van Cees

Datum: 15-8-2011 | Bekeken: #265 | Door: Webmaster
De opdracht van Gerrit Pas, het toernooi en nog wat meer

Hebt u dat ook wel eens? Dat je in een situatie verkeert, waarin je binnen relatief korte tijd kennis maakt met een hele rits nieuwe mensen. Met nieuwe mensen bedoel ik niet baby’s, want een opleiding verloskundige heb ik niet gehad. Gelukkig maar, Ik kan me de geboorte nog herinneren van mijn dochter. Vroeger mocht je als aanstaande vader, nerveus trekkend aan een sigaret, op de gang van het ziekenhuis heen en weer ijsberen tot je ineens gekraai hoorde. Een paar minuten later werd je dan tot je vrouw en de nieuwkomer toegelaten. Die lagen dan netje opgekalefaterd onder de dekens. Maar de tijden veranderden. Mannen moesten mee op zwangerschapsgymnastiek in plaats van naar de kroeg of het voetballen. Steunen en puffen moesten ze. Hun piemel mochten ze houden, maar na afloop wankelden ze hyperventilerend van het gepuf achter hun vrouw naar huis. En ja, de bevalling moest bijgewoond worden. Soms zelfs gefilmd heb ik me laten vertellen en later vertoond aan de verjaardagsvisite, vermoedelijk dan toch wel na het gebakje en ruim voor het toastje met filet américain…Nou ja, mijn vrouw ligt daar af te tellen en ik zit naast het bed en houd haar hand vast. Tot zover niets aan het handje, maar als dochterlief zich een weg naar buiten baant zegt een verpleegster: “Meneer Seevinck, gaat u maar aan het voeteneind zitten, dan kunt u het beter zien”. Slaafs doe ik dat, maar, goeie god, wat speelt zich daar allemaal af? Mij overvalt een vluchtreflex, ook niet onbekend bij de holbewoners bij het zien van een al te grote mammoet, maar Pleegzuster Bloedwijn drukt mij terug op de stoel. Ik moet en zal dat allemaal zien. Vindt zij. Als mijn dochter tenslotte geheel tevoorschijn is gekomen, volgt een volgende schrik. Zij is helemaal blauw. Net een smurfin. Ben ik nu vader Abraham? Enfin, alles was goed en na een uur vertrok ik bibberig naar huis, ontkurkte de fles, nam er eentje te veel, zette voor het slapen gaan de vaatwasser aan en zag de volgende dag bij het beneden komen de benedenverdieping blank staan. Het deurtje van de vaatwasser niet goed dicht gedaan…

Maar goed, het is druk bij Be Quick op vrijdag. Veel nieuwe mensen (u weet nu wat ik met nieuw bedoel, dus ga ik nu maar gewoon verder). Dan hoor je namen, namen en namen. Vervolgens vergeet je er meteen een paar en dat is niet handig, want ik ben zo opgevoed dat je iedereen netjes moet adresseren. Mensen aanspreken zonder dat je hun naam kent, kun je voor een korte periode verbloemen, maar niet voor een heel weekend. De heer Gerrit Pas van de Scheidsrechtersvereniging Zutphen en Omstreken (SZO) is zo’n voorbeeld. Hij waakt als een kloek over “zijn” grensrechters en het moment komt dat ik opnieuw naar zijn naam moet vragen. Hij is het type mens, zo lijkt mij, dat opgewekt en goedgemutst door het leven gaat. Hij geeft zijn naam opnieuw en ik kerf dat in mijn geheugen. Zondagmiddag bij het weggaan neemt hij zoete wraak. Blijkbaar leest hij mijn columns en dringt erop aan dat ik de SZO in deze aflevering noem. Dat doe ik met genoegen, Gerrit, want de samenwerking en hulp van “jouw” mensen was voortreffelijk en hartverwarmend. Hier komt het (met een bonus): SZO, SZO, SZO, SZO, SZO, SZO. ZIEZO.

Dit jaar hadden we ook begeleiders voor de (assistent)scheidsrechters en dat heeft heel goed uitgepakt. Bert Kraaijenhage en Dé Mulder hadden die taak. Dat deden ze uitermate professioneel en het leverde de nodige complimenten op van zowel de (betaald voetbal)scheidsrechters alsook de (amateur)assistenten (ja, van de SZO, SZO, SZO, SZO, inderdaad). Maar ook de teambegeleiders hebben hun taak weer tiptop uitgevoerd. Net als heren als Erik ter Burg en Herbert Haasloop Werner. Die buffelen erop los, maar vrijwel altijd in betrekkelijke anonimiteit. Maar goed, waar ben je zonder bar- en keukenpersoneel, opruimers, opbouwers en afbrekers en 1001 klusjes die gedaan moeten worden door weer anderen? En waar zonder al die sponsors, cateraars als Cor en Erika ten Barge van De Ruif en Mark Schiphorst van Bronsbergen? Nergens toch? Het was een fantastisch toernooi. Dank aan iedereen, dus ook aan de SZO, SZO, SZO en niet te vergeten de SZO!

Trouwens, nog even dit. Door al het geregel heb ik niet zoveel voetbal kunnen zien, maar probeerde toch wel zoveel mogelijk van Be Quick te zien. Natuurlijk, er waren een paar gastspelers bij en die waren zeker goed, maar potverdorie, die echte Be Quickers die waren hartstikke ook prima. Velen met mij denken dat we met deze groep serieus voor een prijsje moeten kunnen gaan.

Feyenoord zag er ook prima uit. Die Cabral maakte twee prachtige goals. Maar toen ze die jongen voor de camera sleepten, dacht ik dat ik naar de film “Winnetou en de schat in het Zilvermeer” zat te kijken. Nou schijnt het mode te zijn jezelf zo te verminken, want tijdens ons toernooi zag ik ook weer jongens voorbij komen die zo uit de strip FC Knudde konden komen. Vaak zijn het van nature al geen knapperds, maar zo’n portie spaghetti â la Bolognese op je hoofd helpt ook niet echt. Ik neem aan dat een kapper die zoiets fabriceert, zwart-op-wit eist dat het slachtoffer op straffe van heftige pijnen niet zegt waar hij die horror-look heeft opgelopen.

 Mensen die mij wat langer en beter kennen, weten dat ik geen opschepper ben, maar afgelopen weekend liep ik met een naambadge op en werd ik regelmatig door mij onbekende mensen aangesproken. “Schrijf jij die columns?. Die lees ik altijd; mijn collega’s ook”, zo hoorde ik.  Kijk, nou vind ik schrijven leuk, maar het is ook leuk als je af en toe hoort dat mensen je ook nog lezen. Het waren zeker niet alleen maar Zutphenezen, grappig. Dank daarvoor.

Hoewel het toernooi een aaneenschakeling van hoogtepunten was, was het Dé Mulder die mij op vrij- of zaterdag deed schrikken. Hij zei dat hij Jan Mulder had uitgenodigd. Verschrikt informeerde ik of-ie ook zou komen, want dan was het voor mij meteen einde toernooi natuurlijk. Ik zou op zijn minst jeukende eczeem oplopen, dat was mij wel duidelijk, maar de Warnsveldse Mulder leest mij kennelijk ook, want hij had mij goed tuk toen ik zag dat hij zijn lachen niet kon inhouden. Hij wilde mij op de kast jagen en dat lukte hem behoorlijk. Ik kon er niet eens meer op eigen kracht afkomen…

Tot de volgende keer.

Cees Seevinck.