De column van Cees

Datum: 18-7-2011 | Bekeken: #251 | Door: Webmaster
Rise and fall

Even terug naar de beginjaren zestig. Mijn moeder is net overleden, mijn zussen nogal wat ouder, en mijn vader zit in de put. Hij heeft weliswaar een bloeiende brillenwinkel in Zutphen en er later eentje samen met zijn broer in Deventer, maar hij is begin vijftig en dat is te jong om je leven lang een treurende weduwnaar te blijven, ondanks een financieel onbezorgd bestaan. Opticiens lopen dan nog fluitend binnen, want Hans Anders, Pearl en dat soort ketens bestaan nog niet. Mijn vader heeft een goede band met oogarts Copper en als je een vliegje in je oog hebt gekregen tijdens een ritje met de Solex, dan is een bezoek aan beide handwerkslieden al gauw gemaakt. Er is een zomerhuisje in Almen, een mooie auto, reisjes met de Rheingold-Express naar Zwitserland en later een Puch en een Lelijke Eend als ik achttien ben. Nog weer later haaien vissen in Ierland en nog meer van dat soort dingen, die mij al snel hebben doen besluiten om hetzelfde met mijn eigen zoon te doen. Vooral voetballen kijken in Engeland. Mijn vader was dan misschien wel een beetje een Be Quicker, maar lang niet zo gek als ik was, ben en blijf. Toch heeft hij een beslissende rol gespeeld in mijn favorietenkeuze voor een club.

We gingen weleens naar Go Ahead. Weliswaar zonder Eagles, maar toen vlogen ze wel een stukkie hoger dan tegenwoordig. Maar dat terzijde. Ik was daardoor wel een supporter van de Deventerse club. Mooi vond ik ook die in geel en rood-geklede nar. Hij stookte het publiek op en rende maar voor de tribunes langs.

Maar ter zake nu: Mijn vader had een zakenrelatie in Rotterdam. Een zekere Rudi Ottenstein. Hij was directeur van Rodenstock Nederland. Rodenstock was en is een toonaangevend merk in optische artikelen. Wij kwamen daar weleens en (inmiddels) oom Rudi bezocht ook met enige regelmaat Zutphen en Almen. Hij kwam dan altijd met een paar lege jerrycans, want het water was in die tijd in Rotterdam niet te zuipen. Er zat zoveel chloor in, dat je wel drie ons Pickwick in een beker kon kieperen en dan proefde je nog geen thee. Andersom zeulden we ook altijd water mee richting Rotjeknor.

Oom Rudi was weliswaar van oorsprong een Duitse jood, maar totaal gek van Feyenoord en HSV. Was hij in Hamburg, dan stuurde hij mij altijd een aan die club gerelateerde ansichtskaart. Nog steeds heb ik een zwak voor HSV. En dat komt daardoor.

Op een gegeven moment zegt-ie tegen mijn vader dat als Ceesje het leuk vindt dan mag hij wel naar Feyenoord-Go Ahead komen kijken. Volgens mij had mijn vader op dat moment een scharrel en had geen puf om samen met mij naar Rotterdam te rijden, dus werd er afgesproken dat ik met de trein naar de grote stad zou rijden. Best spannend voor- wat?- een dertienjarige. Dan kom je aan op Rotterdam Centraal, de strak in een scheiding gekamde haartjes net droog, het jongenskostuum net de matrozen-pakjes ontgroeid. De hand omklemt de rijksdaalder in je broekzak, alles en iedereen vliegt langs je heen, maar oh god gelukkig maar, daar staat oom Rudi te wachten. Een gedistingeerde heer met een donker pak, een pôchet en een Feyenoord-speldje in zijn révers. We rijden in zijn auto naar een villa in Hilligersberg, waar zijn vrouw –ik ben haar naam vergeten, maar ravissant was ze!- me onthaalde op een kopje thee met een koekje. Ik had water mee moeten nemen, dacht ik meteen. In de woonkamer allemaal belangrijke mannen en waar praatten zij over? Feyenoord, Feyenoord en nog eens Feyenoord. Kort daarna gingen we naar De Kuip en we konden zomaar vlakbij parkeren en de suppoosten salueerden, zoals ik altijd deed als ik met mijn vader onderweg was en een Wegenwacht-motorrijder tegenkwam. Strak tegen de voorruit en meestal salueerde hij terug. Mijn dag weer goed.

De heren aan de borrel, ik limonade en een hemelse bal gehakt. Later hoorde ik dat er verschil was tussen een Amsterdamse en Rotterdamse bal. Deze was wat rood, maar heerlijk. Oom Rudi geeft mij een plaatsbewijs dat over is en zegt dat ik die maar moet gaan verkopen en wat ik er voor krijg zelf mag houden. Binnen vijf minuten heb ik zeven gulden in mijn zak, maar geloof dat ik ‘m wel erg goedkoop heb  verkocht, want als we vlak voor aanvang van de wedstrijd op de Eretribune zitten meen ik de aankoper daar ook te zien…

“Mijn” Go Ahead, met de rood-gele nar prominent aanwezig, komt op 0-1 en ik juich besmuikt, want Oom Rudi is niet blij. Na afloop wel weer, want Feyenoord wint met 6-1. Ik ben totaal om. Dat stadion, die allure, alles is groot en indrukwekkend. Na afloop is er jenever voor de heren, de dames schuiven later aan in een restaurant en ik word tegen halftien op Rotterdam CS in de trein richting oosten gezet. Oom Rudi zegt dat ik in Amersfoort moet overstappen en dan via Apeldoorn in Zutphen aankom. Mijn vader wacht me dan op. Maar door alle indrukken val ik in slaap en word wakker in Zwolle en…daar gaat de trein niet verder. Op een uitgestorven stationsplein word ik gezien door een politie-agent en die vraagt wat er aan de hand is. In tranen vertel ik hem wat er is gebeurd. Hij belt naar 2325 in Zutphen, krijgt mijn ongeruste vader gelukkig aan de lijn en die verschijnt anderhalf uur later als de Verlosser Zelve in Zwolle.

Maar ik was Feyenoorder geworden. Heb daarna wedstrijden gezien tegen Real Madrid, Benfica en weet ik veel wat. Fantastisch. De muren van mijn kamer vol met elftalfoto’s. Later ook van Brigitte Bardot en zo, maar toch meer Kreijermaat, Veldhoen en Moulijn.

Je bent voor Ajax of Feyenoord. Ja, later misschien een beetje voor PSV, AZ of FC Twente, maar de klassieke tweestrijd is toch tussen Mokum en Rotjeknor.

De laatste jaren ben ik niet verwend. Ja, die oerspannende finale tegen Borussia Dortmund, die we wonnen met 3-2 en die ik de laatste tien minuten alleen maar nagelkluivend in de tuin heb meegemaakt met af en toe een steelse blik naar binnen.

Het is kloten bij Feyenoord. Hoe komt dat? Hoe verandert dat? Geen idee. Been weg? Erg? Ik weet het niet. Volgens mij was er onder hem dit seizoen weer geen moer van terecht gekomen, maar als een paar jochies blijkbaar een directie de les kunnen lezen dan klopt er iets helemaal niet.

Ja, ik ben en blijf Feyenoorder. Net zo goed als dat geldt voor Be Quick. Maar er is een verschil. Be Quick komt er weer aan en ik ben bang dat dat niet voor Feyenoord geldt.

Oom Rudi is al lang dood. Prachtige man. Hopelijk ziet-ie niet vanuit het Walhalla wat er van Feyenoord en HSV is geworden. Dat is nog bitterder dan de thee uit het Rotterdam van 1963.

Cees Seevinck.