De column van Cees

Datum: 28-3-2011 | Bekeken: #249 | Door: Webmaster
Weer een week dichter bij lekker buiten zijn

Time flies, is een Engels gezegde. En nog erger: Time flies when you are having fun. Zo is het maandag en ligt er een week met allerlei besognes en leuke dingen voor je; je knippert een paar keer met je ogen en het is alweer weekend. “Waar blijft de tijd”,  zeiden onze ouders en grootouders en dat vonden we maar raar, want we hadden tijd zat om te voetballen op pleintjes en door honden volgekakte zandvlaktes. Tegenover de (nu nog…) huidige bibliotheek heb je een nog steeds bestaande verzakking, waar we in de zomer  ’s middags en ’s avonds eindeloos partijtje deden. Het mocht niet van de politie en af en toe werden we betrapt en ging onze vrije woensdagmiddag eraan en moesten we strafregels schrijven op het bureau waar nu Het Schultenhues zit. Tweehonderd keer in een schoolschrift met een potlood neerpennen dat ik ergens niet mocht voetballen. Mijn vader vond dat wat flauw, dat zag ik aan zijn gezicht, maar hij achtte het goed dat ik mij aan de hermandad-regels moest houden. Maar die hondenpoep was wel een probleem, hoor. In de jaren vijftig/zestig was het letterlijk glijen en glibberen en als je dan moegespeeld thuis kwam –inmiddels gewend aan de lucht van de smurrie onder je schoenzolen- en een metertje of drie vier mee naar binnen nam, dan was het herrie in de keuken, in de gang en de woonkamer. Terwijl moeder met een emmertje met sop aan de slag ging, mocht ik met een spijker en een ander emmertje trachten die klonten hondenpoep eruit te pulken. Ik herinner me de antiperistalstische klachten nog; of anders gezegd; het kokhalzen.

Maar terug naar het begin. Alweer een week voorbij. Een week van veel lekker weer en opfleurende mensen. De grijze jas wordt afgeschud en de kleurtjes verschijnen op wangen en kleding. Lekker. Afgelopen donderdag was ik in Waalwijk met mijn meiden-hockeyteam. Leuk toernooi met deelnemers uit alle delen van het land. U moet zich het volgende voorstellen: zo’n tweehonderd vrouwen van, zeg maar, rijpe leeftijd. Aantal mannen plusminus acht. Prachtig weer. Bijkomend verschijnsel is het thema: Tirol…Het betekent dat de gastvrouwen in de Dirndl-kledij rondlopen. Wat dat is? Nou ja, de opgegroeide dochters van de familie Trapp (Sound of Music). Veel ruitjesrokjes en blousjes met een wijds uitzicht. U begrijpt dat het coachen zo zoetjes aan op een schaal van tien allengs werd teruggebracht tot niveau 1 à 2. Dan nog de hele dag een Huis ter Duin-achtige catering. Bijna perfect allemaal derhalve. Maar…dan weer die muziek. Weer die onvermijdelijke dj. Een manneke van een jaar of dertig, geheel in stijl gekleed in Holzhackerbuam-tenue. Leuk, maar owee, die muziek. Carnavalesk. Daarvoor ben je in Brabant, u zegt het, maar waarom twintig keer “Ich bin der Anton aus Tirol”? Ik werd er gek van. Na afloop vloeide de Chardonnais en het clubhuis werd een vibrerend gekkenhuis. Vervolgens nog eten met dat stel verhitte hittepetitten in een kroeg in Vlijmen en tegen elf uur thuis mijn alcoholvrije overdag (ik moest rijden) afgesloten met een dubbele whisky. Tegen half vier teisterde der Anton nog mijn rusteloze droom. Gekke wijven, maar wel heel leuk.

Rond het vrouwvolk nog een opmerkelijke ankedote. Voor mijn zestigste verjaardag ontving ik een doos vol boekenbonnen en afgelopen vrijdagmiddag wilde ik er een paar verzilveren bij Lovink in Lochem. Lovink heeft als eigenaar een vriendelijke bebaarde erudiet. Een soort eigentijdse Shakespeare. Zijn winkel is eigenlijk een rommeltje. Veel ligt schots en scheef, maar het is lekker om daar rond te neuzen. Toen ik mijn gekozen exemplaren wilde inwisselen tegen de bonnen stond achter mij een chique dame op haar beurt te wachten. Rond de zeventig, mantelpakje, parelkettinkje. Een soort Hyacinth Buckett (Boeké). Ze laat wat vallen en roept daarbij luidkeels k*t. Niet dat platte k*t, maar meer op zijn engels cùt. Ik zeg: “Oeps, die is raak”, waarop zij bloost en zich verontschuldigt naar de omgeving. Zij: “Ja, mijn kleindochter logeert al een paar dagen bij me en zij roept dat om de haverklap”. Daar namen we collectief genoegen mee. Papegaaiengedrag is ook door prof. Dr. Lorenz als heel natuurlijk bevonden. We gaan op jodenjacht of zo. Heel gewoon hoor. Niks mis mee.

Vrijdagavond was wel lekker. Hoe Nederland Hongarije wegtikte. Ik heb echt genoten. Oh man, waarom zijn we geen wereldkampioen geworden. Komend weekend zit ik met mijn zoon in Madrid om o.a. Real tegen Gijon te zien spelen. Wat had ik daar graag met een oranje NN-polo gelopen.

Zaterdagmorgen op ons veld geweest. Voor de bouwplan-uitleg van architect Geke de Wilde. Veel bedrijvigheid op de velden. Veel ouders en ook een redelijke belangstelling voor de tekeningen. Drukte ook buiten de poorten. De compost-mannen leggen de laatste hand aan de actie. De bestellingen gaan de deur uit. Goed werk heren en hartelijk dank voor alweer een succesvolle uitrol.

’s Middags naar Living Lochem. Het centrum –ondanks de kou- is vol. MKB, middenstand en horeca presenteren zich op de Grote markt. Hoe verzin je nog wat nieuws? De consument is zo verwend. En daarom blijft het aanbod, hoewel leuk verpakt, steken bij het obligate. Ruwhouten eikenvloeren, een Hyundai-SUV die eruit ziet als een wrattenzwijn, verwenweekendjes bij de boer met eieren van een huisgefokte kip, kunst van een vrouw in de overgang met een affectie-stoornis, hamburgers van de keurslager à raison van € 5 (fl. 11,50), therapeutisch tekenen, binnen een week verlost van uw kalknagel, ringen, kettingen, de onvermijdelijke authentieke kunst uit achterlijke gehuchten in Afrika en Azië. Kortom, wel leuk maar so old-school. We zijn door en door verwend. Blasé, dat is het. Gelukkig was er een spetterende band uit Bergen op Zoom. De naam is niks – Shampoo and the Hairstylers-, maar oh here, wat een dynamiek. Misschien iets voor ons 110-jarig bestaan, Piet?

Zondag zou ik naar MvR-Be Quick, maar aangezien ik ook in de organisatie zit van een groots jaarlijks hockeytoernooi was mijn aanwezigheid daar ’s middags even vereist. Was geen straf, want na afloop van diverse wedstrijden was er in een heerlijk zonnetje een gezellige borrel. Het is een drukke bedoening als je bij twee clubs taken hebt, maar ik voel me bevoorrecht dat ik zowel bij het voetbal als hockey betrokken ben. Be Quick is mijn favoriet natuurlijk, maar de LHC is ook heel leuk en dat komt voornamelijk door het volkje. En niet op de laatste plaats omdat er grofweg net zoveel mannen als vrouwen komen. Dat geeft toch net dat gewisse Etwas en laat ik niet vergeten dat de locatie top of the bill is. Midden in het bos, balkon, terrassen. En ik ben er in twee minuten. Maar wel over een zandweg en nadat ik na een maand of vier donderdag mijn auto weer eens door de wasstraat had gereden, was het ritje over het kurkdroge zandpad meteen de reden dat de kar er nu alweer uitziet als een Leopard II na een oefening op de Lüneburger Heide.

Woensdag 30 maart gaan we de heer Gerrit Nagel het speldje uitreiken voor zijn 80-jarig lidmaatschap. De Stentor wil er ook aandacht aan besteden. Hopelijk wil hij daar aan meewerken. Tachtig jaar Be Quick-lid. Ongelooflijk. Van harte gefeliciteerd.

Morgenavond eerst maar weer eens kijken naar Oranje. Stiekem hoop ik op 6-0. Tsja, nogmaals, we zijn verwend.

 

Fijne week.

 

Cees Seevinck.