Ik heb mijn volk en vaderland gediend in een 56 ton zware Centurion-tank op de Noord-Duitse laagvlakte. Kou, sneeuw, hitte en stof. De honger gestild met magische chocolade-repen en whisky uit de NATO-kantine, wanneer de cadi-wagen weer eens was vastgelopen in de modder. Op het tankdek geslapen bij min twintig, een Mariabeeld van de sokkel gereden in een ietwat achterlijk dorp en daarmee op een zaterdagmorgen al het winkelend volk achter mij aangehad. Soms een vrije zaterdag in zo’n gehucht, waarbij je de Russische tanks op een kilometertje of twee heen en weer zag schuiven, achteloos met je Uzi over je schouder en de helm nonchalant in de nek, zoals John Wayne in De Langste Dag. En maar gluren of er boerendochters rondliepen, die het uiterlijk van Agnes Jongerius ontstegen. Dat waren er echter niet veel. ’s Avonds was er dan ein Tanzabend für die Holländer. De locatie niet meer dan een schuur waar de kippen die middag preventief waren geruimd, maar er was bier en dan natuurlijk die Mädel. Die zagen je als een welkome afleiding van het dagelijkse koeien melken. Dat het gebruik van beugels daar nog een onbekend fenomeen was, Dr. Frank meer deed denken aan een arts uit een concentratiekamp dan een dieetgoeroe, het verschil tussen grootmoeder, moeder en dochter te verwaarlozen en –kortom- dat daar geen Miss Universe vandaan zou komen, deed er niet echt toe. In het halfduister, na een paar biertjes en tijdens het liedje “Du, du bist alles auf der Welt”, tikte ik mijn schutter af, die aan het dansen was met, wat leek, het mooiste meisje uit de nederzetting. Hij kon niet anders dan toegeven. Een lekker ding, maar hij claimde haar na afloop van het geschuifel terug om vervolgens linea recta met haar naar –ik vermoed- de hooiberg te gaan. Vijf minuten later keerde hij lijkbleek terug. Sabine bleek een piemel te hebben…
Mijn diensttijd eindigde in januari en daarom had ik een halfjaartje om wat anders te gaan doen. Het werd reisleider van jongerenreizen in Zell am See. Maar voorafgaande daaraan moest ik een zieke collega vervangen in het Sauerland en dat waren tripjes voor bejaarden. Elke week een bus vol grijsblauwe permanentjes, want mannen waren er slechts zelden bij. Excursie hier, excursie daar en ’s avonds na het eten bingootjes draaien en dan polka’s, Weense walsen. Nou dansen oudere vrouwen veelal met elkaar, maar als enige man (jongen, want 20 jaar) moest ik er ook flink aan geloven. Godzijdank had ik aan de Oude Wand dansles gehad, dus tot fatale valpartijen is het nooit gekomen. Rare dingen meegemaakt, maar het meest vermoeiende was de gasten na een excursie weer voltallig in de bus te krijgen. Er was er altijd wel eentje die de wc niet meer uit kon komen of de uitgang van het restaurant in de bezemkast dacht te vinden. Natuurlijk moest je voltallig weer vertrekken van dat kasteeltje of die bloementuin, maar soms was er wel iemand bij waarvan je hoopte dat het niet zou lukken. Zo eentje, die dan weliswaar voor haar plezier op vakantie was, maar altijd en eeuwig wat te zeuren had. Het bed was te hard, het ei bij het ontbijt ook, natuurlijk het broodje, het weer te zacht en ook de banaan. En wat zongen die vogels hier al vroeg en waarom kon ’s nachts die straatlantaarn niet uit. Maar ja, Gerda Ouwedeur moest natuurlijk ook weer mee terug naar Haus Albert in Saalhausen. Ja, sommige mensen kun je dan missen als kiespijn.
Wat ik echter niet begrijp. Echt niet begrijp. Echt niet, dat zo’n topboer- en gozer als Martin Jimmink afgelopen zaterdag in de wedstrijd Jong-Oud in de rust naar de wc gaat, er vanaf komt en merkt dat zijn teamgenoten de kleedkamerdeur hebben afgesloten. Ze zijn doodleuk aan de tweede helft begonnen en hebben een schreeuwende en op de deur bonkende Martin gewoonweg achter gelaten. Dan deug je toch niet als mens. Niemand die om zich heen keek en dacht: “Waar is Martin?” Wat zijn dat voor streken? En of je nou bij de Woltman-dynastie hoort, Jos Stijfsel heet of Flutters, Beunissen, Enterman of Klooiveld. Dit kan echt niet. Martin, je kunt er misschien om hebben gelachen en met jou al die andere sufferds, maar een excuus namens Be Quick wilde ik je niet onthouden. Hopelijk ben je er volgend jaar weer bij en zin je inmiddels op wraak. Desnoods neem je het in de tweede helft in je eentje op tegen het A…
----------------------
Coen Moulijn is dood. En dat is niet ongemerkt voorbij gegaan. Zijn uitvaart was monumentaal. Mijn vrouw merkte op dat het wel een beetje overdreven was voor “zomaar een voetballer”. Ik heb haar slechts geantwoord dat Coen niet zomaar een voetballer was, want hoe leg ik dat uit aan iemand die haar moeder ooit vroeg een voetbaltrui te breien voor onze kleine zoon en dat oma toen trots aankwam met haar nijverheid met daarop het logo van Ajax, godbeterhet… Hoe kon ik uitleggen dat ik als 11-jarige op de tribune zat bij Feyenoord-Real Madrid (2-1) en toen Coen een rotschop kreeg van Pirri, boos werd, achter de Spanjaard aan rende en meteen met hem heel Feyenoord. Uiteindelijk was het Piet Kruiver die hem achterhaalde en de Spanjool meedogenloos neerschopte. Agenten op het veld en ontzetting alom, want dat was toen echt nog ondenkbaar. Op de terugweg in de tram naar het centrum, werden de Spaanse supporters dusdanig geïntimideerd, dat ze fluks onderweg uitstapten. Ja, aan Coentje mocht je niet komen. Feyenoord was Coen en Coen was Feyenoord. Clubliefde, dat was zijn motto. Clubliefde. Bij amateurspelers al enigszins op rantsoen; bij de profs uitgestorven. Jammer.
-----------------
Ik meen dat Gerrit Klein Velthuis het was, die mij een tijd geleden foto’s stuurde van het huis van Ronaldinho. U weet wel, met dat Suarez-gebit, dat lange krulhaar in een paardestaart en die guitige oogjes. Die naar links keek en dan naar rechts passte. Wat een waanzinnig luxueus huis. Kolossaal, ruim, aan zee. Zeldzaam mooi. Veel te groot natuurlijk, want daar kon wel een weeshuis in worden ondergebracht, maar ja status vraagt nu eenmaal om overdrijving. Ronaldinho, wat een talent. Maar hij is uiteindelijk toch onderuit gegaan. Hij zit nu bij Flamengo in zijn geboorteland Brazilië. Vergis u niet, Flamengo is een topclub en financieel zal hij zich geen zorgen meer hoeven maken, maar de voormalige ster zat toch een beetje te vaak in de nachtclubs en raakte zijn Europese carrière in het slop. Trainers en coaches konden het eigenzinnige mannetje niet meer aan de gang krijgen.
Hoeveel zijn er inmiddels in de anonimiteit verdwenen? Honderden, duizenden? Vaak kunnen de gespierde benen uiteindelijk de weelde niet dragen. Want, laten we wel wezen, de kritiek van het volk op die krankzinnige salarissen is helemaal terecht, maar in de top is druk om te presteren ook buitenissig. En dat staat los van de centen. Als van Nistelrooy eens een mindere dag heeft, dan kan hij er volgens de supporters ineens niets meer van, branden de media hem af en moet hij de volgende keer maar gewoon doen of-ie daar niets van mee heeft gekregen.
In de jaren negentig jaren stond er in Duitsland een 18-jarige superster op. Sebastian Deissler. Hij had zijn rijbewijs nog niet eens, maar werd al de nieuwe Franz Beckenbauer genoemd. Hij kon die druk niet aan en na een paar vervelende blessures, is hij jaren met psychische problemen in klinieken geweest. Uiteindelijk heeft mij maar weinig gespeeld en gaf op jonge leeftijd aan dat hij mentaal niet geschikt was voor topsport. Dat heeft Bayern München klauwen met geld gekost. De manier waarop de onsympathieke manager van die tijd, Ulli Hoeness, dat heeft uitgevent in de pers heeft zeker bijgedragen aan de beslissing van Deissler. Hij zei nog net niet hardop dat de speler een zeikerige hypochonder was, die met zo’n salaris dan maar gewoon een extra pilletje moest slikken, maar daar kwam het wel op neer. Deissler maakt het tegenwoordig goed en is blij verlost te zijn van die ratrace.
Ja, we hebben allemaal kritiek op het betaalde voetbal. En ja, vele facetten zijn doodziek, maar zit je er eenmaal middenin dan zal het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn zijn. En of je nou twintig, veertig of tachtig miljoen op de bank hebt staan. Daar kijk je na verloop van tijd ook niet meer naar. Je handelswaarde is alleen nog maar van belang voor de club en je zaakwaarnemer. Het gaat om jou of nee, het gaat helemaal niet meer over jou. Jij bent het schilderij dat bij Sotheby’s ter veiling ligt. Daar kun je redelijk gek van worden. Of niet dan?
Cees Seevinck.