Het is nauwelijks in woorden of beelden te vatten.
Je kunt het niet aanraken, ruiken of voelen Gaan je nekharen wel of niet overeind staan? Ben je geboren met een antennetje achter je kruin, die subiet doorgeeft of je gesprekspartner het goede of het slechte met je voor heeft?
Hoe ziet hij eruit?Past-ie in jouw wereldje? Heeft-ie een snor of niet? Rijdt-ie een Japannertje of een Germaantje? Eet-ie op zijn Amerikaans? Linkerarm om het bord geschaard en met de rechterhand lepel of vork omklemd je hoofd vlak boven het bord het maal naar binnen schuivend?
Of drink je thee uit Meissener-aardewerk met de pink enigszins Louis XIV-achtig?
Wat beoogt de sterveling met gedrag en houding? Wat bezielt hem of haar dagelijks, nee misschien wel uurlijks, om te doen wat-ie doet?
Het is de schermutseling om te het aardse bestaan te rechtvaardigen en als het kan die andere grijze muis of flamboyante pauw te imponeren met opgestoken veren en luidkeels gekrakeel.
Men denkt dat hoe meer staccato-geloei en veelkeurige vederdos, de wederpartij geneigd is de onbeschermde buik onvoorwaardelijk aan te bieden.
Geen argumenten, maar geloei, het schijnt nog steeds te werken.
Maar, het is niet zo eenvoudig het als het lijkt.
Bluf kan wel degelijk werken. Je moet dan wel een solide basis hebben, die niet bij de eerste raketaanval in puinhopen verandert.
Ik heb het dan over uitstraling. En niet alleen maar window-dressing.
De verwachting dat een eerder glorieus leven binnen de lijnen garantie is voor een succesvol bestaan buiten de lijnen.
Je hebt een team met voldoende kwaliteit, een elftal met ambitie en de bobo’s denken daar een voormalige topvoetballer als trainer op te zetten.
Zat PR, van heinde en ver rukken de media aan. De teksten en plaatjes? Niets mis mee.
De nieuwbakken trainer kent zijn pappenheimers en strooit kwistig het gefundenes Fressen.
Maar dan, na verloop van tijd, gaat het mis. Hij, de aanbedene, moet gaan doen wat ook een versnelde KNVB- of FIFA-cursus hem niet heeft geleerd. Hij moet gaan snappen dat voetballers, hoe verwend en overbetaald dan ook, slechts mensen zijn.
En daar gaat het nogal eens mis.
Ondanks het stuwmeer van deskundigen, die de beste man aangeeft hoe zij vooraf, na afloop en in de studio de horzels van de pers moeten wegmeppen, hebben ze geen idee in welk circus zij eigenlijk optreden.
Het motto was en is doorgaans: “Wij hebben gewonnen; hun (sorry, het blijkt inmiddels gemeengoed, dat hun) hebben verloren”.
Ach gossie, welk leed had Marco, Ruud en Maradona bespaard kunnen blijven –om er maar eens een paar te noemen- hadden zij begrepen dat hun resultaten uit het verleden geen garantie waren voor de toekomst.
P.C. Hooft- en golf-course-jongens waren ze geworden omdat ze verdomd goed konden voetballen en zich via dat talent ontworstelden aan een grijs en somber milieu.
Des te vreemder dat ze in een later leven niet voldoende beseften dat de jongens waar ze als trainer mee moesten werken uit hetzelfde hout gesneden waren.
Maar met het imago zat het wel goed. De naam alleen al was voldoende voor CNN-prime time.
Imago. Hoe verkoop je jezelf? Hoe verkoopt je zaakwaarnemer je? Marketing in de big money-business, genaamd betaald voetbal.
Dat er dan eens eentje mislukt, nou ja, dat komt voor.
Geen medelijden, hoor. Life goes on, de voedselbanken zullen ze niet zien.
Aad de Mos, bijvoorbeeld, zou dankzij zijn schier eindeloze reeks Gouden Handdrukken geen club meer hoeven lastig vallen met zijn Sjonnie-optredens.
Het gekke is echter dat vrij veel van dat soort trainers steeds weer ergens wordt aangenomen. En of dat nou in een Arabische negorij is of een Afrikaanse savanne…
Ze pakken een paar traininkjes en wat interlands mee, krijgen vervolgens ruzie met de nationale potentaat, die naast het landelijke wanbeleid ook over het voetbal gaat en stappen dan weer vrolijk in de KLM-jumbo huiswaarts in de wetenschap dat de komende jaren de gas- en lichtrekening geen migraine-aanval oplevert.
Imago. Je hebt het of niet.
Ik zie trainers die het absoluut niet hebben. Die zijn misschien wel heel goede trainers, maar die hebben das gewisse Etwas niet. Dat zijn vaklui, maar vergelijkbaar met marktkooplui die wel de beste bananen hebben, maar dat niet luidkeels durven verkondigen. Die zitten op een winterse zaterdagmiddag achter in hun kraam te luisteren naar 100% NL op hun transistor-radiootje en zien tandenknarsend aan dat de concurrentie aan de overkant bananen verkoopt die er uit zien als kaneelstokken, alleen omdat ze een grote bek en uitstraling hebben.
Het is zo oneerlijk en gemeen. Na verloop van tijd tekent die zielestrijd zich af in de fysiek. Een gepijnigd gelaat, strakke kaken, gekromde rug, wijkende haarlijn.
Zeg maar, Jan de Jonge van Heerenveen. Onlangs afgelost door Jan Everse.
De nozem verlost de non uit het lijden.
Als je als speler bij Jan de Jonge in de kleedkamer zit kan ik me voorstellen dat je –ondanks een officieel verbod- toch je mobieltje achter je scheenbeschermer verborgen houdt om in noodgevallen je psychiater te bellen, want je wilt toch niet al verloren hebben voordat de scheidsrechter voor het begin heeft gefloten?
Zo heb je dus een grote diversiteit aan trainers. Zij die zichzelf geweldig overschatten en zij die notoire tobbers zijn en die de bewijzen van de opwarming van de aarde staven aan het 75 centimeter dikke sneeuwdek in het oosten van Amerika.
Wie vind ik dan wel goed?
De stugge, in zichzelf gekeerde Ernst Happel. Die recalcitrante knapen als Willem van Hanegem de mond snoerde met “kein Keloel, Willem”, maar wel wist te bewerkstelligen dat zijn jongens voor hem door het vuur gingen en titels pakten.
Sir Alex Ferguson. Weliswaar, Sir, maar toch een boefje. Beetje teveel betrokken in groezelige handeljes in o.a. paarden. Waarschijnlijk in zijn bed nog met open mond malend op kauwgum, niet op zijn gemak in de omgeving van de Landlords tijdens een foxhunt. Sir Alex zal het een zorg zijn. Hij ademt Manchester United, hij moet, wil en zal. Zijn boys zijn hem alles en dat voelen die mannen. He may be a bastard, but we love him.
Tsja, wie nog meer? Felix Magath, Ron Jans, toch ook maar Louis van Gaal?
Hij flikt het ongetwijfeld weer dit jaar, maar zijn stemmingen zijn te afhankelijk van de resultaten.
Recentelijk zag ik hem op de Duitse tv. Het schijnt hem in Zuid-Duitsland naar den vleze te gaan.
Ik snap dat wel een beetje, want afgelopen zomer fietste ik een dag of tien door Bayern.
Kilometertje of zestig zeventig per dag. Lastige hellinkjes hier en daar. Knap warm.
Kom je tegen vieren in zo’n top-herberg met personeel dat we hier in Nederland al lang ontwend zijn, m.a.w. vriendelijk, hulpvaardig, beleefd etc. etc. etc. etc., dan zit je na een lekkere douche in een Biergarten achter zo’n hemelse Erdinger en vervolgens krijg je een maaltijd met zoveel roomboter bereid dat hotel Bakker in Vorden daar een gaarkeuken bij lijkt.
Ergo, wel leuk en lekker. Maar geen gram eraf.
Dat zie je bij Louis ook. Dat minieme borrelworstje als neus, krijgt steeds meer de kleur van zo’n paars viooltje in het voorjaar en als hij voor de pers verklaart dat hij met zijn Truus “warmblütig Löffel an Löffel schläft”, dan is hij ofwel heel euforisch over de komende titel of had hij net afgerekend met Dirndl Beate in het Hofbräuhaus.
Kortom, het lijkt zo simpel. Maar trainer zijn is echt een vak. Je kunt honderd diploma’s hebben, maar het is toch m.i. grotendeels een kwestie van aanvoelen.
Hoe gaat zo’n Fabio Capello als trainer van het Engelse nationale team om met John Terry?
Die grijpt die lekkere ex-vriendin van collega Wayne Bridge en nog een stuk of wat andere paradijsvogels en dat leidt tot de nodige stennis.
Goed, hij neemt hem, onder grote druk,de aanvoerdersband af.
Maar daar ben je er nog niet mee. Komend uit een cultuur, waar ook “zijn” premier Berlusconi getuigt een ware afstammeling te zijn van het befaamde (of zo u wilt beruchte) Romeinse Dolce Vita, daar weet hij ook dat de Engelse nachtclubs graag de Visa Platinum Card als betaalmiddel accepteren…
Ik benijd hem niet, want zo graag als de Engelse pers weer eens “Land of Hope and Glory” wil horen, zo zullen zij ook niet aarzelen de volgende schuinsmarcheerder op te sporen.
Capello gaat het oplossen, want hij begrijpt het “wereldje”.
Nog een trainer? Rinus Michels.
Die snapte het vak ook en hij was een strateeg.
En strateeg niet altijd in de positieve zin des woords. Hij kon ook manipuleren, toen hij Cruyff blokkeerde om coach te worden van Oranje in 1994 om zodoende “zijn” EK-zege in ’88 als niet-te-verbeteren wilde veiligstellen.
Maar nogmaals, hij “las” zijn jongens.
Toen hij een keer na een training van het Nederlands Elftal een video wilde vertonen van de eerstkomende tegenstander, schoof René van der Gijp stiekem een porno-video in de recorder.
Michels zag het gewip en gekreun een uur lang aan zonder een krimp te geven.
Daar waar de spelers hadden gehoopt op een hilarisch spektakel, kregen ze na afloop het bericht dat ze naar bed konden en vanwege de vroege ochtendtraining het advies om de handen zoveel mogelijk boven de dekens te houden…
Imago? Het is maar weinig trainers gegeven.
Volgende week zit ik op een warm eiland om de kou uit de botten te verdrijven.
Derhalve geen column.
Misschien mag ik een van u uitnodigen deze tijdelijke vacature te vervullen?
Theo Ruijterkamp? Douwe Jan Joustra? Ruud de Vries? Evert Teunissen?
Er zijn er zoveel die het beter kunnen dan ik!
Cees Seevinck.