Niet dat ik een boerenbedrijf run, integendeel, in mijn tuin oogst ik ’s zomers slechts veel rode en een handvol zwarte bessen en een paar weken geleden haalde ik –zoals jaarlijks- een grote en kleine appel uit de boom. Aangetast en wel, maar lekker.
Echter voor melk, kaas, vlees en eieren zijn wij gewoon aangewezen op de winkel.
Ook is het niet zo dat ik nergens kom. We reizen er best veel op los. Voor een autoritje van een paar duizend kilometer draai ik mijn hand niet om en lange vliegreizen –hoe oncomfortabel ook- staan regelmatig op het menu.
Waarom dan had ik afgelopen weekend dan toch het gevoel een boertje uit Lochem te zijn?
Wel, dat begon zaterdagmiddag al.
Aangezien mijn vrouw al dertig jaar een zondagse voetbalweduwe is, wil ik me op zaterdag nogal wel eens laten verleiden Zutphen, Deventer of een andere stad te bezoeken.
Dit keer werd het Enschede. Waren we al eeuwen niet meer geweest en men heeft daar de zaak nogal op de schop gegooid.
Hartstikke druk en in de rij voor de centrale parkeergarage. Meer dan de helft Duitsers uit de wijde Euregio en daarbij veel letterlijk uit de klei getrokken families.
Eindelijk binnen begon de zoektocht naar een plekje. En na een strak kwartier een leeg vak.
Beter geschikt voor een Suzuki Alto dan mijn vehikel, dus dat werd passen en meten.
Hè, hè. Bij het afsluiten van de auto, wijst mijn vrouw me ineens op het bordje “Gereserveerd voor de bewoners van appartementengebouw X”. Ja, dan moet ik daar weer weg. Minuten later toch legaal geparkeerd. Heel netjes allemaal. Maar dan kijk je om je heen en wat zie je?
Duitse en Nederlandse families, die duidelijk geen bewoners zijn, parkeren massaal hun auto’s op die gereserveerde plaatsen en lopen doodgemoedereerd de stad in…
Boertje uit Lochem, denk ik.
In de stad is het afgeladen. Er is een enorme markt en er zijn allerlei doldwaze en –drieste dagen bij V&D en De Bijenkorf.
Nou kan drukte best gezellig zijn, maar in deze menselijke mierenhoop is elke vorm van beschaving ver te zoeken.
Men loopt tegen je op, snijdt je af, duwt in je rug, fietst of scootert door de massa en als je bij een kraampje iets wilt kopen is het ronduit verbijsterend te merken hoe je medemens zonder blikken of blozen voorkruipt. Een Neanderthaler daarop aangesproken wierp mij een dusdanige dreigende blik toe, dat ik fluks voor de “Liever bloo-Jan dan doo-Jan”-variant koos.
Tegen vieren terug in de auto. Het gekkenhuis achter me gelaten, dacht het boertje.
Zondag moest ik het voetballen laten schieten. Mijn zoon is onlangs van Groningen naar Amsterdam verhuisd en hockeyt nu bij Hoofdklasser Pinoké in het Amsterdamse Bos. Weliswaar in Heren IV, maar dat is altijd nog lichtjaren hoger dan Lochem 1.
Hij wilde graag dat we kwamen kijken naar een belangrijke pot. We doen dat een paar keer per jaar en dat was tot voor kort dan in het Noorden.
Op zondag naar Amsterdam was een paar jaar geleden nog een peulenschil, maar verdomd nog an toe wat een klusje is dat tegenwoordig.
Wat een verkeer, wat een wegwerkzaamheden.
Eerst even bij “kleine” Cees langs in zo’n typische hoofdstedelijke kruip-door-sluip-door-straat.
Mokum is langzamerhand echt een gekkenhuis. Wat een zootje, wat een krankzinnige brokkenmakers op straat, wat een agressie en het lijkt wel of iedereen daar permanent met zijn middelvinger omhoog door het leven gaat.
Ik redde een gek op een scooter echt het leven, maar mijn dank was…de vinger.
Gauw naar de betrekkelijke rust van het Bos en Amstelveen.
Koffie in het prachtige clubhuis. Naast mij bestelt een keurig heerschap een colaatje bij de exploitant van de horeca. Die krijgt hij en besluit dan ineens om er ook een zakje chips bij te nemen. De eigenaar zegt dan gepikeerd en heel onbeschoft dat hij dat ook wel meteen had kunnen zeggen!
De geschoffeerde klant kijkt mij aan, maar zowel hij als ik zijn te verbijsterd om wat uit te brengen.
We kijken naar de wedstrijd, maar ik betrap me erop dat ik meer naar boven sta te kijken.
Het lijkt wel een file. Het ene na het andere vliegtuig is met daverend geraas op weg naar Schiphol. Je kunt bij wijze van spreken de passagiers zien.
Rond het sportcomplex, waar ook het Wagener Stadion staat, is “gewoon” bebouwing en ik vraag me af hoe je daar kunt wonen, terwijl sporten in een kerosine-douche ook niet echt gezond lijkt.
Het team van mijn zoon geeft in blessuretijd de zege uit handen en moet nu de koppositie delen.
Na afloop praten we nog wat na. Rond het clubhuis ligt het bezaaid met lege plastic flessen en ander afval. Werkelijk onvoorstelbaar wat voor bende die nette jongeheren en –dames er van maken.
Terug naar de Achterhoek, maar een defecte vrachtwagen zorgt ervoor dat we op zondagmiddag rond half zes net buiten Amsterdam in een file van zes kilometer komen.
Ik kan nog net een stukje Studio Sport meepakken en nippend aan mijn whiskey, denk ik bij mezelf je wordt ouder pappa of ben je inmiddels echt een Lochems boertje dat van een heleboel dingen in dit land is vervreemd.
Geen voetbalonderwerp dit keer; u neemt me dat misschien niet kwalijk?
Cees Seevinck.